Er zijn geen grootschalige, jaarlijkse wetenschappelijke onderzoeken die het aantal hoofdluisbesmettingen in Nederland of België over tijd systematisch meten. De prevalentiecijfers zijn al jaren redelijk stabiel: uit de meest recente steekproef van het RIVM bleek dat in september 2018 ongeveer 3,1% van alle kinderen tussen 0 en 18 jaar op dat moment hoofdluis had, met 7,1% onder basisschoolkinderen en een hoger aandeel bij meisjes dan jongens. Nieuwe landelijke studies ontbreken sindsdien.
Lokaal kan het aantal gevallen flink schommelen; soms worden op scholen of binnen een regio tijdelijk meer besmettingen gemeld dan elders. Dit betekent dat hoofdluis op jouw school of in jouw regio vaker kan voorkomen, zonder dat daar landelijke conclusies aan verbonden kunnen worden.
Wetenschappelijke literatuur en wereldwijde studies geven enkele interessante inzichten:
• Tijdens de coronapandemie (2020-2022) liep het aantal hoofdluisbesmettingen wereldwijd sterk terug, vermoedelijk doordat kinderen minder in groepen bij elkaar kwamen en er minder fysiek contact was.
• Er is een globale trend: hoe dichter bij de evenaar, hoe hoger de prevalentie van hoofdluis, door het warmere klimaat en meer mogelijkheden voor luizen om zich te ontwikkelen.
Kortom: de prevalentiecijfers in Nederland en België schommelen, maar blijven over het algemeen stabiel, en er bestaat geen wetenschappelijk bewijs dat hoofdluis nu op grote schaal toeneemt ten opzichte van andere jaren. Lokaal kunnen er wel verschillen zijn, en trends worden vaak pas zichtbaar in school- of regio-gebonden meldingen.
Bron afbeelding: https://www.researchgate.net/figure/Map-of-geographical-distribution-of-pediculosis-capitis-worldwide_fig3_343679988